Autisten handleiding volgens leren.nl
Hieronder een aantal communicatie tips voor nt'ers
om misverstanden, wederzijdse frustratie of ruzies te voorkomen.
• Gebruik concrete taal voor mensen met autisme.
• Korte zinnen.
• Een persoon met autisme kan vaak maar één ding tegelijk (niet: niet praten en kijken tegelijk).
• Vermijdt eindeloze discussies. De persoon met autisme begrijpt vaak je standpunt niet en zal het ook niet gaan begrijpen. Hij moet gewoon iets doen omdat het moet.
• Wees juist zakelijk in plaats van emotioneel.
• Stel concrete vragen en wees geduldig bij het krijgen van een antwoord, dit duurt soms namelijk wat langer.
• Wees voorspelbaar en geef veranderingen tijdig aan.
• Lok communicatie uit en geef tijd om de informatie te verwerken.
• Geef gevoelens en emoties aan het contact. De persoon met autisme heeft namelijk wel degelijk gevoelens en verlangt dit, net zoals ieder ander ook.
• Communiceer met 1 ding tegelijk.
• Wacht even tot het kwartje bij de persoon met autisme is gevallen. Door de informatieverwerkingsproblemen kan het wat langer duren.
• Geef duidelijkheid en stel regels. De persoon met autisme kan weleens claimend zijn, maar dat komt door zijn behoefte aan duidelijkheid.
• Verwacht geen reactie op non-verbale communicatie (gezichtsuitdrukking of gebaar) van jouw kant. De persoon met autisme zal dit misschien niet herkennen of kunnen plaatsen.
• Stel de persoon met autisme gerust als je boos bent op een ander, het heeft niets met hem te maken.
• Straffen heeft geen zin, ze begrijpen namelijk niet waarom. Door duidelijke afspraken en regels zal het vanzelf al goed gaan, want deze kinderen kunnen zich daar goed aan houden.
• Als een persoon met autisme boos is, zorg dan voor dat hij afleiding krijgt om weer tot rust te komen. Praat er op een later moment met hem over. Discussies en emoties hierin mengen heeft geen zin.
Natuurlijk weet iemand met autisme prima wat goed en slecht is, en is het autisme nooit een excuus voor (verbaal) geweld of bedreigingen..
Maar verlang niet van iemand met autisme dat deze zijn denkwijze verandert want dat kan hij niet, ook al wil hij het nog zo graag..
Omgaan met autistische mensen
Interactie tussen niet-autistisch en autistische mensen brengt tal van problemen met zich mee. Er is door een gebrekkig zelfinzicht en inlevingsvermogen van autisten een communicatiebarrière, wat tot wederzijdse misverstanden en verkeerde verwachtingen leidt.
Het vergt van de omgeving nogal wat aanpassing om goed met een autistische persoon om te gaan, zeker als iemand de stoornis in een wat ernstiger mate heeft. Structuur, duidelijkheid, veiligheid en voorspelbaarheid zijn de belangrijkste elementen in de omgang met mensen met een autistische stoornis.
Communiceren met een autistisch persoon
1. Mensen met autisme hebben grote behoefte aan structuur en veiligheid. Veranderingen zijn bedreigend. Als de omgeving daar rekening mee houdt, loopt het contact met een autist wat soepeler.
2. Anticipeer op veranderingen en maak die ruim van te voren bekend. Zorg ervoor dat de omgeving zo veilig mogelijk blijft. Dat betekent bijvoorbeeld weinig nieuwe gezichten op een feestje, geen onverwachte activiteiten, goede voorbereiding op een verhuizing etc.
3. Geef in leer- en werksituaties duidelijke en korte instructies en controleer of ze begrepen worden. Herhaling van handelingen is belangrijk om dingen te kunnen leren.
4. Pas op met humor. Autisten nemen woorden vaak letterlijk. Een grapje interpreteren ze niet altijd zoals het bedoeld is. Maak je een grapje, zeg dat er dan bij.
5. Veel autisten hebben moeite met fysiek contact, soms ook met oogcontact en harde geluiden. Vermijd plotseling vastpakken en dwing een autist niet tot aanrakingen of langdurig oogcontact.
6. Kinderen en jongeren met autisme moeten sociale omgangsvormen expliciet aanleren. Ze kunnen niet vertrouwen op hun intuïtie en zullen het gedrag van leeftijdsgenoten vaak niet adequaat interpreteren. De omgeving moet spelregels, omgangsregels en ook impliciete regels over macht en autoriteit (herhaaldelijk) uitleggen en voordoen.
7. Autistische kinderen ontwikkelen zich op bepaalde gebieden (taal, spel) vaak anders en langzamer, waardoor ze niet altijd reageren zoals je op grond van hun leeftijd zou verwachten. Het is dus zaak goed te kijken wat een kind wel en niet kan en begrijpt en daarbij aan te sluiten. Het komt voor dat kinderen goed kunnen praten en een behoorlijke woordenschat bezitten, maar dat ze maar matig de woorden van een ander begrijpen, vooral de abstracte begrippen. Wees daar alert op en verbaas je niet over 'kinderachtige' dingen waar autistische jongeren in de puberleeftijd zelfs nog behoefte aan kunnen hebben. Ze leren dan de benodigde vaardigheden vaak alsnog.
8. Autistische mensen doen vaak ongelofelijk en voortdurend hun best om sociale interacties te laten lukken en erbij te horen – zonder daar goed in te slagen. De omgeving is zich vrijwel nooit van hun inspanningen bewust, juist omdat autisten er altijd in tekort lijken te schieten. Een bittere pil. De omgeving moet zich realiseren hoe eenzaam dit is en hoeveel energie het kost.
9. Mensen met autisme hebben vaak een behoefte aan privacy en aan alleen zijn. Het is belangrijk ze daarin te respecteren, omdat het gewone dagelijkse verkeer heel veel inspanning kost. Ook uren tv kijken of computerspelletjes spelen kan een manier zijn om te ontspannen en zich terug te trekken.
10. Sommige autisten voeren herhalende handelingen of rituelen uit. Die zijn vaak niet goed te begrijpen voor de buitenwereld, maar voor de autist zijn ze nodig om angst te bezweren. Probeer daarom rituelen niet zomaar te onderbreken. Probeer liever de bron van de spanning weg te nemen.
11. Mensen met autisme reageren vaak allergisch op het woord 'moeten'. Moeten betekent voor hen een verandering in hun eigen vastomlijnde programma en impliceert meestal dat iets ook snel of meteen moet. Autisten hebben tijd nodig om een boodschap te verwerken en raken van streek door het onmiddellijke moeten. Het verzet tegen het woord 'moeten' is voor de omgeving vaak lastig te hanteren.
Aanpassingen op het werk
In gestructureerde omgevingen waar weinig veranderingen zijn en de regels en doelen helder, kunnen mensen met een autistische stoornis goed tot hun recht komen. Er bestaat zelf een organisatie van softwaretesters waar uitsluitend autistische mensen in dienst zijn, omdat die ongelofelijk gestructureerd te werk gaan en alle uitzonderingen op de regel zullen opmerken. Goed functionerende autisten zijn doorgaans perfectionistisch, hebben een groot oog voor detail en zijn soms opmerkelijk origineel in hun denken.
Het hangt natuurlijk erg af van de ontwikkelde vaardigheden van iedere individuele autist in hoeverre hij of zij kan slagen in een werkomgeving. Net als op school geldt dat een werkomgeving niet het onmogelijke moet vragen. Een paar tips die van nut kunnen zijn naast de eerder beschreven aanwijzingen voor communicatie:
1. Geef heldere instructies. Uitzonderingen op de regel moeten ook expliciet worden gemaakt.
2. Maak altijd het doel van een gesprek duidelijk en geef aan welke punten er in het gesprek aan de orde zullen komen.
3. Bereid een medewerker met autisme tijdig voor op veranderingen die er komen gaan.
4. Wees je ervan bewust dat de weerstand tegen verandering niet betekent dat de verandering niet mogelijk is, maar dat het langer duurt om eraan te wennen. Realiseer je dat verandering (veel) angst oproept, en dat de weestand geen teken van onwil is. Laat iemand langzaam wennen aan een nieuwe situatie. Mensen met autisme hebben vaak moeite met plannen en organiseren van hun werk, terwijl ze tegelijk grote behoefte hebben aan orde en structuur. Collega's en leidinggevenden kunnen behulpzaam zijn door de werkzaamheden te structureren en te helpen in het leren maken van realistische planningen.
5. Autisten hebben moeite met prikkels en vragen vanuit de omgeving te verwerken. Gun ze de tijd.
Aanpassingen op school
1. Er zijn veel kinderen en jongeren met autisme die zich (zij het met moeite) kunnen redden in het regulier onderwijs. Ze hebben daar wel begeleiding bij nodig. Een belangrijke valkuil is dat hun gedrag als lastig wordt ervaren, en dat autisten vaak niet naar verwachting reageren.
2. Leerkrachten moeten er rekening mee houden dat autistische kinderen zich niet op alle terreinen leeftijdsadequaat gedragen. Hun mentale leeftijd is lager dan hun kalenderleeftijd. Ze ontwikkelen zich op bepaalde gebieden later en langzamer.
3. Kinderen zijn genadeloos naar kinderen die anders zijn en doen. Dat betekent dat autisten vaak gepest worden, wat hun gevoel van onveiligheid versterkt en de ontwikkeling van sociale vaardigheden in de weg staat. Leerkrachten doen er goed aan open te zijn over het feit dat een autistische leerling anders is en juist hulp nodig heeft van andere kinderen. Het lastige is dat autistische kinderen pestgedrag soms lijken uit te lokken of zelf veroorzaken. Maar verwachten dat een autistisch kind zich 'gewoon' zoals alle andere kinderen gedraagt, is het onmogelijke eisen van dit kind.
4. Autistische kinderen leren vaak moeizaam de codes die gelden in sport en spel. Het verschil tussen stoeien en 'echt vechten' voelen ze soms niet aan, en ze reageren ook niet altijd adequaat op pijn bij anderen. Leerkrachten moeten expliciet zijn in de regels en het doel van sport- en spelactiviteiten duidelijk maken.
5. Het aanleren van sociale vaardigheden moet meer behelzen dan het aanleren van trucjes, omdat anders het gevaar bestaat dat de trucjes op verkeerde momenten worden toegepast. Sociale vaardigheden moeten worden aangeleerd op basis van sociaal inzicht, ook al is dat door autisten alleen met moeite en inspanning (en herhaling) te verwerven.
6. Straf is geen goede weg om gedrag te verbeteren of te veranderen, integendeel.
7. Wees je er als leerkracht van bewust dat problematisch gedrag toeneemt onder invloed van angst of stress. In plaats van op het gedrag in te gaan, is het beter om te proberen de stress te doen verminderen (door de leerling een tijdje tot rust te laten komen en hem tot zichzelf te laten komen door rituelen of rustgevende handelingen).
8. Zorg ook bij uitzonderlijke lesdagen (sportdagen, schoolreisjes) voor structuur. Geef de autistische leerling van te voren een schema met daarop het te verwachten dagprogramma, de regels, wat de leerling mee moet nemen etc.
Bron: www.leren.nl

0 reacties:
Een reactie plaatsen